1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning worden ingetrokken indien:

    1. de exploitant of leidinggevende niet meer voldoet aan de in artikel 2:38c, eerste lid onder a en b gestelde eisen;

    2. de exploitant of leidinggevende handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    3. in het geval en onder de voorwaarden, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  2. De vergunning komt van rechtswege te vervallen indien de exploitatie van de camping of het recreatiepark door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen.