Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:
dat gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg;
dat gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
bij het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg vanwege werkzaamheden op aangrenzende percelen, het gebruik eerder dan 1 week van tevoren begint en later dan 1 week na voltooiing van de werkzaamheden wordt beëindigd;
het gaat om gedwongen (woning)ontruimingen; of
het gaat om reclame-uitingen;
deze langer dan 4 weken worden geplaatst;
buitengemeentelijke reclame-uitingen. Deze mogen slechts worden geplaatst door een door het college gecontracteerde aanbieder van reclame media;
reclame-uitingen met een commercieel doel, anders dan evenementen (artikel 2.25) en incidentele festiviteiten (artikel 4.3). Deze mogen slechts worden geplaatst door een door het college gecontracteerde aanbieder van reclame media.
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,20 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor uitstallingen en reclameborden.
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
Het verbod is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2.25;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5.18;
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID
Paragraaf Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3 Evenementen
Paragraaf Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 5 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 6 Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 7 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Paragraaf Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 9 Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10 Consumentenvuurwerk
Paragraaf Afdeling 10A Carbidschieten
Paragraaf Afdeling 11 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
HOOFDSTUK REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
Paragraaf Afdeling 1 Parkeerexcessen
Paragraaf Afdeling 2 Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten
Paragraaf Afdeling 3 Openbaar water
Paragraaf Afdeling 4 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Paragraaf Afdeling 5 Verbod vuur te stoken
Paragraaf Afdeling 6 Verstrooiing van as
Paragraaf Afdeling 7 Openbare veiligheid
HOOFDSTUK SANCTIE-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 2.10
Actueel
Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie van de weg
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.