1. De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

  2. de openbare orde;

  3. de veiligheid;

  4. de volksgezondheid;

  5. de bescherming van het (leef) milieu.

  6. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.