1. In dit artikel wordt verstaan onder experiment: tijdelijk afwijken van een of meer bepalingen in deze verordening met het oog op het verzamelen van gegevens om te beoordelen of de afwijking permanent of algemeen kan worden gemaakt.

  2. Het college of de burgemeester kunnen, ieder voor zover het een aan hen in deze verordening gegeven bevoegdheid betreft, besluiten tot het houden van een experiment.

  3. Het college of de burgemeester kan niet bij wijze van experiment afwijken van de volgende onderdelen van deze verordening:

  4. de hoofdstukken 1, 3, 4 en 6; en

  5. de afdelingen 1, 2, 10, 10A, 11 en 14 tot en met 16 van hoofdstuk 2.

  6. In het besluit, zoals genoemd in het tweede lid, wordt in ieder geval opgenomen:

  7. het doel van het experiment;

  8. de tijdsduur van het experiment;

  9. van welke regels wordt afgeweken;

  10. voor welk gebied het experiment geldt; en

  11. de voorwaarden die het college of de burgemeester verbindt aan het experiment.

  12. De raad wordt uiterlijk vier weken voor aanvang van het experiment door het college of de burgemeester geïnformeerd over het experiment.

  13. Een experiment heeft een looptijd van ten hoogste een jaar.

  14. Het experiment wordt geëvalueerd. Als de evaluatie van een experiment aanleiding geeft tot het aanpassen van deze verordening, kan het college of de burgemeester besluiten, in afwijking van het zesde lid, het experiment met ten hoogste een jaar te verlengen met het oog op het aanpassen van de verordening.