1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

  4. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op besloten tuinfeesten, zolang men zich aan de volgende regels houdt:

    1. (muziek)geluid mag tot uiterlijk 24.00 uur ten gehore worden gebracht;

    2. de omwonenden in een straal van 100 meter worden vooraf schriftelijk over het feest geïnformeerd, waarbij een telefoonnummer wordt vermeld waarop de organisator tijdens het feest bereikbaar is;

    3. er mag geen overmatige overlast voor de omgeving worden veroorzaakt, dit ter beoordeling van het college of een toezichthouder.

  5. Het college kan een tuinfeest verbieden, indien niet is voldaan aan één of meer van de voorwaarden, genoemd in het vorige lid, of de woonomgeving reeds blootstaat aan een onevenredige geluidsbelasting, dit ter beoordeling van het college of een toezichthouder.