1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. De aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een openbare inrichting geschiedt door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  3. Het is verboden de aard van de openbare inrichting te wijzigen zonder een daartoe strekkende vergunning.

  4. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

  5. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitanten / leidinggevenden van de openbare inrichting:

    1. de leeftijd van eenentwintig jaar niet hebben bereikt;

    2. in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;

    3. onder curatele staan.

  6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren, indien:

    1. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    2. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; of

    3. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat in strijd zal worden gehandeld met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften.

  7. Voor openbare inrichtingen waarvan de vergunning vanwege de openbare orde of de woon- en leefsituatie is ingetrokken, kan worden bepaald dat een vergunning voor die openbare inrichting gedurende een bij die intrekking genoemde termijn voor maximaal twee jaar wordt geweigerd.

  8. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in

    1. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover sprake is van een mengformule als bedoeld in het ‘Retailbeleid 2016-2026’, en diens rechtsopvolger(s) en het parapluplan ‘Retail en Nota parkeernormen auto en fiets 2017’, en diens rechtsopvolger(s): ten behoeve van deze openbare inrichtingen mag geen terras worden geëxploiteerd;

    2. een zorginstelling;

    3. een museum; of

    4. een bedrijfskantine of -restaurant.

  9. In afwijking van het hiervoor in lid 4 en lid 8 sub a bepaalde, is de voorwaarde, dat er geen terras mag worden geëxploiteerd, niet van toepassing voor die exploitanten die op 8 februari 2018 reeds onder de hiervoor genoemde mengformule vielen én een terras exploiteerden. Voor dit terras dient wel een vergunning als bedoeld in het eerste lid aanwezig te zijn.

  10. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.