1. Het is verboden beschermwaardige bomen op de Bomenkaart "de groene parels van Soest":

    1. te vellen of te doen vellen;

    2. in hun groeiruimte aan te tasten, zodat duurzaam behoud niet gewaarborgd is.

  2. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het vellen van beschermwaardige bomen slechts bij uitzondering en onder verwijzing naar het beleid verlenen indien:

    1. een zwaarwegend maatschappelijk belang, het belang van verkeersveiligheid of het belang van dunning zwaarder weegt dan duurzaam behoud van de beschermwaardige boom en daarbij een of meerdere alternatieven voor behoud zijn onderzocht;

    2. naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade;

    3. het vellen van de houtopstand geen onevenredige afbreuk doet aan het karakter en het behoud van de bomenstructuur/parkwijk; of

    4. de houtopstand zich binnen een krachtens het omgevingsplan bestaand bouwvlak van een hoofdgebouw bevindt.

  3. Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens vergunning geldt eveneens voor:

    1. een houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingplicht op grond van artikel 4:11c en artikel 4:11h;

    2. een houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan.

  4. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op:

    1. houtopstanden die moeten worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag of een rechterlijke uitspraak, onverminderd het bepaalde in artikel 4:11c, artikel 4:11g of artikel 4:11h van deze verordening;

    2. het vellen van houtopstanden in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen, mits het bevoegd gezag hiervoor toestemming heeft verleend, onverminderd het bepaalde in artikel 4:11c, artikel 4:11g of artikel 4:11h van deze verordening; of

    3. het vellen van houtopstanden die een grotere oppervlakte grond beslaan dan 10 a, of bestaan uit een rijbeplanting die 20 of meer bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen, gelegen buiten de bebouwde kom en niet op erven of in tuinen, in het kader van bos- en natuurbeheer (multifunctioneel bosbeheer) en productiebos.

  5. Als een velling is uitgevoerd in de zin van artikel 4:11b, vierde lid, aanhef en onder a of b, moet er naderhand een vergunning aangevraagd worden.