In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen van de gemeente, vastgesteld overeenkomstig artikel 4.1, aanhef en onder a, Wet natuurbescherming.

  • Beleid: de beleidsnota Bescherming en kap van bomen 2012 “Bomen de groene parels van Soest”, en diens rechtsopvolger(s).

  • Beschermwaardige boom: boom in categorie 1 tot en met 3 van het Beleid en vastgelegd op de Bomenkaart "de groene parels van Soest".

  • Bomeneffectanalyse (BEA): een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen activiteiten voor het duurzaam behouden van bomen of houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen zoals neergelegd in het Handboek ‘Bomen’ van het Norminstituut Bomen.

  • Boom: een houtachtig overblijvend gewas met kroon en opgaande stam(men), zowel levend als afgestorven, met een stamomtrek van minimaal 30 cm, gemeten op 1.30 meter boven maaiveld. In geval van meerstammigheid, geldt de stamomtrek van de dikste stam.

  • Boombeschermingszone: te beschermen groeiruimte van een boom in volgroeide toestand, waarbij als basis wordt uitgegaan van de kroonprojectie plus anderhalve meter.

  • Boomstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden en/of begrensd gebied met houtopstanden dat tezamen een functioneel geheel vormt.

  • Bouwvlak: een krachtens het omgevingsplan geometrisch bepaald vlak waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en andere bouwwerken zijn toegelaten.

  • Dunnen: het vellen van een houtopstand uitsluitend bedoeld als voorzorgmaatregel ter bevordering van de groei en instandhouding van de overblijvende houtopstand.

  • Eigenaar: degene die krachtens zakelijk recht of krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

  • Hoofdgebouw: hetgeen daarover is bepaald in het omgevingsplan, dan wel, bij gebreke daarvan, hetgeen daarover is bepaald in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

  • Houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk deel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of heg, met de onder sub e genoemde minimale stamomtrek.

  • Ingrijpende vormsnoei: het voor het eerst ingrijpend snoeien van een uitgegroeide kroon, (zoals kandelaberen) waarbij het risico bestaat van ernstig beschadigen of ontsieren van de boomkroon.

  • Kavelgrootte: totale oppervlakte van de kavel, zoals bekend bij het Kadaster, inclusief eventuele aangekochte aangrenzende gronden van dezelfde eigenaar. Bij huurwoningen is de kavelgrootte van de gehuurde woning van toepassing, niet de kavelgrootte in bezit van de eigenaar (corporatie).

  • Parkwijk: begrensd woongebied met houtopstanden die tezamen een functioneel geheel vormen.

  • Vellen: het kappen, rooien, verplanten, dunnen en ingrijpende vormsnoei van/bij een boom, alsmede het verrichten van handelingen in de boombeschermingszone, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand tot gevolg kunnen hebben.

  • Vormsnoei: het verwijderen van uitgelopen takhout op de oude snoeiplaats bij vormbomen, zoals knot- en leibomen.

  • Wet natuurbescherming: Wet natuurbescherming, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.