-
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de
-
publieke functie daarvan, indien:
-
Het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid
-
van de weg belemmert of kan belemmeren of
-
het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
-
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer
-
niet tenminste een vrije doorgang van 2 m wordt gelaten op voetpaden en van 4.20 m op
-
de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
-
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere
-
regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden voor zover deze regels niet
-
zien op een activiteit die de fysieke leefomgeving wijzigt, als bedoeld in artikel 2.1, eerste
-
lid, van het Omgevingsbesluit.
-
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
-
evenementen als bedoeld in artikel 2: 17;
-
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18 of het omgevingsplan;
-
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het
-
gebruik van de weg is verleend;
-
Is door het gebruik, bedoeld in het eerste lid, de fysieke leefomgeving wijzigt, als
-
bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingen van gebiedsactiviteiten
-
met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of
-
krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of
-
waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
-
Wegenverkeerswet 1994.
Algemene plaatselijke verordening Pekela 2026 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene plaatselijke verordening Pekela 2026 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Hoofdstuk Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Hoofdstuk Afdeling 3. Evenementen
Hoofdstuk Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Hoofdstuk Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Hoofdstuk Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Hoofdstuk Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Hoofdstuk Afdeling 8. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Hoofdstuk Afdeling 9. Bestrijding van diefstal en heling van goederen
Hoofdstuk Afdeling 10. Consumentenvuurwerk, carbidschieten en vreugdevuren
Hoofdstuk Afdeling 11. Steekwapens, drugsoverlast en verboden drankgebruik
Hoofdstuk Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Afdeling 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf
Hoofdstuk Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf
Hoofdstuk Afdeling 4. Overige bepalingen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder
Hoofdstuk Afdeling 2. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Collecteren
Hoofdstuk Afdeling 2. Venten
Hoofdstuk Afdeling 3. Snuffelmarkten
Hoofdstuk Afdeling 4. Veiligheid op het water
Hoofdstuk Afdeling 5. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Hoofdstuk Afdeling 6. Vuurverbod
Hoofdstuk Afdeling 7. Asverstrooiing
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 2:8
Winkelwagentjes
-
Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze
-
te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en
-
terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.
Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 2:9
Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat
aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het
wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:10
Openen straatkolken e.d.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of
een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
maken of af te dekken.
Artikel 2:11
Kelderingangen e.d.
-
Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen
-
van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers
-
opleveren.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 427,
-
aanhef en onder 1. of 3. van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:12
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
-
Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen
-
een afstand van dertig meter daarvan:
te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
-
De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
-
door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen
-
en aangrenzende erven.
Artikel 2:13
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
-
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk
-
voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare
-
verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk
-
10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:14
Objecten onder hoogspanningslijn
-
Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor
-
stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen,
-
opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken,
-
hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.
-
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van
-
de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.
-
Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de
-
hoogspanningslijn.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
-
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:15
Veiligheid op het ijs
-
Het is verboden:
-
voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te
-
versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
-
gevaar te brengen;
-
bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de
-
onder a. bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op
-
enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.