In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel

  2. 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

  3. college: het college van burgemeester en wethouders;

  4. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  5. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee

  6. kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

  7. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarvaar of op andere wijze toegankelijk

  8. zijn;

  9. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder

  10. wordt verstaan;

  11. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of

  12. persoonlijk recht;

  13. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels

  14. en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en

  15. kinderwagens, en rolstoelen;

  16. weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt

  17. verstaan.