In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel
2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden
gesteld voor particulier gebruik.
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel
2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden
gesteld voor particulier gebruik.
Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk
ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden,
zonder een vergunning van het college.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het
belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat
gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
Strafrecht.
In dit artikel wordt verstaan onder:
bus: een melkbus, container, opslagvat of ander afsluitbaar voorwerp dat gebruikt kan worden voor carbidschieten;
carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen;
Carbidschieten is verboden.
Het college kan voor carbidschieten ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod met inachtneming van de door hen opgestelde nadere regels.
Ontheffing is enkel mogelijk op 31 december tussen 10.00 en 18.00 uur voor carbidschieten met bussen met een maximale inhoud van 60 liter. Het schieten dient alleen te gebeuren met kunststof ballen.
Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn.
Het is verboden op de weg te vervoeren, bij zich te dragen of anderszins voorhanden te
hebben: brandbaar materiaal, waaronder in ieder geval begrepen bankstellen,
fauteuils, stoelen en overige huisraad, houten kratten, pallets, kisten, kerstbomen en
autobanden, met het kennelijk doel deze op de weg of een openbare plaats te (doen
laten) verbranden.
De politie en de gemeentelijke toezichthouder heeft de bevoegdheid om de materialen
als bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van het vervoermiddel of de aanhangwagen
waarin of waarop deze zich bevinden, in beslag te nemen en te houden tot uiterlijk
12.00 uur de dag daarop volgend. Na dit tijdstip mogen op last van de politie of
toezichthouder niet-afgehaalde materialen worden vernietigd.
Het verbod in het eerste lid geldt niet als ter plaatse en naar het bevredigend oordeel
van een ambtenaar van de politie of toezichthouder van de gemeente wordt
aangetoond, dat het vervoer en/of de aanwezigheid van de genoemde voorwerpen of
stoffen gebeurt voor andere handelingen of voor een ander doel dan in het eerste lid
worden genoemd.
Het verbod in het eerste lid geldt enkel op de door het college aangewezen dagen en
tijden, maar in ieder geval op 31 december vanaf 15.00 uur tot 1 januari 12.00 uur.
Van het verbod als bedoeld in het eerste lid kan ontheffing worden aangevraagd dan
wel worden verleend indien er sprake is van een samenloop van een ontheffing om
vreugdevuren te stoken.