1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden,

  2. waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet

  3. openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48

  4. uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.

  5. De kennisgeving bevat:

  6. naam en adres van degene die de betoging houdt;

  7. het doel van de betoging;

  8. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van

  9. beëindiging;

  10. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van de

  11. beëindiging;

  12. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en

  13. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig

  14. verloop te bevorderen.

  15. Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de

  16. kennisgeving is vermeld.

  17. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een

  18. zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan

  19. uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.

  20. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in

  21. behandeling nemen buiten deze termijn.