1. Het is verboden op de weg te vervoeren, bij zich te dragen of anderszins voorhanden te

  2. hebben: brandbaar materiaal, waaronder in ieder geval begrepen bankstellen,

  3. fauteuils, stoelen en overige huisraad, houten kratten, pallets, kisten, kerstbomen en

  4. autobanden, met het kennelijk doel deze op de weg of een openbare plaats te (doen

  5. laten) verbranden.

  6. De politie en de gemeentelijke toezichthouder heeft de bevoegdheid om de materialen

  7. als bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van het vervoermiddel of de aanhangwagen

  8. waarin of waarop deze zich bevinden, in beslag te nemen en te houden tot uiterlijk

  9. 12.00 uur de dag daarop volgend. Na dit tijdstip mogen op last van de politie of

  10. toezichthouder niet-afgehaalde materialen worden vernietigd.

  11. Het verbod in het eerste lid geldt niet als ter plaatse en naar het bevredigend oordeel

  12. van een ambtenaar van de politie of toezichthouder van de gemeente wordt

  13. aangetoond, dat het vervoer en/of de aanwezigheid van de genoemde voorwerpen of

  14. stoffen gebeurt voor andere handelingen of voor een ander doel dan in het eerste lid

  15. worden genoemd.

  16. Het verbod in het eerste lid geldt enkel op de door het college aangewezen dagen en

  17. tijden, maar in ieder geval op 31 december vanaf 15.00 uur tot 1 januari 12.00 uur.

  18. Van het verbod als bedoeld in het eerste lid kan ontheffing worden aangevraagd dan

  19. wel worden verleend indien er sprake is van een samenloop van een ontheffing om

  20. vreugdevuren te stoken.