Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een aan het college.
De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Algemene plaatselijke verordening Opsterland 2013 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid in de openbare ruimte
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op horecabedrijven
Afdeling bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling (gereserveerd)
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 5:24
Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen, te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van het openbaar water.
Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:
nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;
beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.
Het is verboden zonder vergunning van het college:
met een woonschip een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen op de plaatsen die met "V" of "B" zijn aangegeven op de Ligplaatsenkaart.
Het is buiten de plaatsen die met "V" of "B" zijn aangegeven op de ligplaatsenkaart verboden met een woonschip ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een woonschip ter beschikking te stellen.
Het college kan aan een vergunning als bedoeld in lid 3, onder a, voorschriften verbinden in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Na het innemen van een ligplaats die met "V" is aangegeven op de Ligplaatsenkaart wordt na intrekking van de vergunning als bedoeld in lid 3, onder a, niet opnieuw een vergunning als bedoeld in lid 3, onder a, verleend.
Het in de leden 1,2,3 en 4 bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Vaarwegenverordening Friesland van toepassing is.
Artikel 5:25
Aanwijzingen ligplaats
Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:24 bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.
De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.
Artikel 5:26
Verbod innemen ligplaats
Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:24, tweede lid en artikel 5:25, tweede lid bepaalde.
Artikel 5:27
Beschadigen van waterstaatswerken
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 5:28
Reddingsmiddelen
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Artikel 5:29
Veiligheid op het water
Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 5:30
Overlast aan vaartuigen
Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
Artikel 5:31
Aanleggen
Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee aan te leggen in of aan een rietkraag of aan een krachtens artikel 5:34 als zodanig aangewezen oever.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee langer dan gedurende ten hoogste drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats aan te leggen.
De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht daarmee gedurende drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats te hebben gelegen, indien dat vaartuig op die plaats door een met de handhaving van de bepalingen in deze afdeling belaste ambtenaar wordt aangetroffen op enig tijdstip van de eerste van drie dagen en op enig tijdstip van de eerste dag na die drie dagen.
De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht op dezelfde plaats te zijn gebleven indien het vaartuig binnen een straal van 500 meter – hemelsbreed gemeten – gerekend vanaf de in het tweede lid bedoelde aanlegplaats wordt aangetroffen.
Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden, met enig vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst op de in het tweede lid bedoelde plaats opnieuw aan te leggen.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen, voor zover het betreft een krachtens artikel 5:34 als zodanig aangewezen oever.
Artikel 5:32
Ankeren
Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren in een rietkraag of op een afstand van minder dan 5 meter vanuit een rietkraag, in een krachtens artikel 5:34 als zodanig aangewezen oever.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren anders dan gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een permanent recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig.
Het college kan van de verboden als gesteld in het eerste en tweede lid ontheffing verlenen voor zover het betreft een krachtens artikel 5:34 aangewezen water of oever.
Artikel 5:33
Varen
Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee door of in een rietkraag te varen.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te varen in een krachtens artikel 5:34 aangewezen water.
Het college kan van het in het tweede lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
Artikel 5:34
Aanwijzing door het college
Het college is bevoegd oevers en/ of wateren aan te wijzen als bedoeld in artikel 5:31, 5:32 en 5:33, waar het verboden is aan te leggen, te ankeren of te varen.
Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat deze slechts gedurende een bepaalde periode van kracht is en/ of slechts voor één of meer categorieën vaartuigen zal gelden.
Artikel 5:35
Vaartuigwrakken
Het is verboden een vaartuigwrak in het openbare water te plaatsen of te hebben.
Onder vaartuigwrak wordt verstaan: een vaartuig dat vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.