1. Het college is bevoegd oevers en/ of wateren aan te wijzen als bedoeld in artikel 5:31, 5:32 en 5:33, waar het verboden is aan te leggen, te ankeren of te varen.

  2. Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat deze slechts gedurende een bepaalde periode van kracht is en/ of slechts voor één of meer categorieën vaartuigen zal gelden.