1. Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren in een rietkraag of op een afstand van minder dan 5 meter vanuit een rietkraag, in een krachtens artikel 5:34 als zodanig aangewezen oever.

  2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren anders dan gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een permanent recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig.

  3. Het college kan van de verboden als gesteld in het eerste en tweede lid ontheffing verlenen voor zover het betreft een krachtens artikel 5:34 aangewezen water of oever.