Algemene plaatselijke verordening Opsterland 2013 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente

Artikel 4:1

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;

  2. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;

  3. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

  4. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden en die als zodanig door het college is aangewezen en bekendgemaakt;

  5. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen en die als zodanig is aangemerkt door het college.

Artikel 4:2

Aanwijzing collectieve festiviteiten

  1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de gemeente.

  4. Het college kan voor de aangewezen collectieve festiviteiten nadere regels stellen met betrekking tot het voorkomen of beperken van geluid- en lichthinder.

  5. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

  6. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

Artikel 4:3

Toestemming incidentele festiviteiten

  1. Het college kan bepalen dat voor een inrichting tijdens incidentele festiviteiten de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  2. Het college kan bepalen dat een inrichting tijdens incidentele festiviteiten de verlichting langer aan kan houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  3. Het college kan voor incidentele festiviteiten nadere regels stellen.

Artikel 4:4

Overige geluidhinder

  1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  3. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.

Artikel 4:5

Geluidhinder door dieren

Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.

Artikel 4:8

Natuurlijke behoefte doen

Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 4:9

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. afzetten: het afzagen van een stam, met het oogmerk dat de boom zich weer herstelt;

  2. bebouwde kom: de bebouwde kom in de zin van de Boswet;

  3. boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een diameter van de stam van minimaal tien centimeter op een hoogte van 1,3 meter boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de diameter van de dikste stam;

  4. dunnen: het volledig verwijderen van bomen, heesters of struiken om de overblijvende planten meer ruimte te geven;

  5. rooien: planten met wortelkluit uit de grond halen;

  6. tuin; een stuk grond, gelegen op hetzelfde perceel als een woning, waar planten groeien met een recreatief doel;

  7. vellen: rooien, afzetten, dunnen, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de boom ten gevolge kunnen hebben.

Artikel 4:10

Kapverbod

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college houtopstand te vellen of te doen vellen indien het een houtopstand betreft:

    1. binnen de bebouwde kom of in een tuin, indien het een eik of beuk betreft met een stamomtrek van minimaal 90 cm (diameter ≥ 30 cm) op 1,3 meter boven maaiveldhoogte, of;

    2. buiten de bebouwde kom en buiten een tuin, indien het een boom betreft met een stamomtrek van minimaal 30 cm (diameter ≥ 10 cm) op 1,3 meter boven maaiveld.

  2. De vergunning kan worden geweigerd op grond van:

    1. de natuurwaarde van de boom; of

    2. de landschappelijke waarde van de boom; of

    3. de waarde van de boom voor stads- en dorpsschoon; of

    4. de beeldbepalende waarde van de boom; of

    5. de cultuurhistorische waarde van de boom; of

    6. de waarde voor de leefbaarheid van de boom.

  3. Het bevoegd gezag kan toestemming geven tot direct vellen, indien sprake is van groot gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.

  4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bomen, beplantingen en kweekgoed als bedoeld in artikel 15, tweede lid van de Boswet op grond waarvan de gemeenteraad onbevoegd is om regelen te stellen ter bewaring van genoemde soorten.

  5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 4:11

Schorsende werking

  1. Van de vergunning kan geen gebruik worden gemaakt voordat zij definitief is geworden, oftewel voordat:

    1. de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken zonder dat bezwaar of beroep is ingediend;

    2. beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening;

    3. beslist is op het beroep en geen verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan.

  2. Het in het eerste lid bepaalde geldt ook als de vergunning conform artikel 1:7 van rechtswege is verleend.

Artikel 4:12

Kennisgeving Boswet

Wanneer een afschrift is ontvangen van de bevestiging van ontvangst van de kennisgeving als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift als een melding.

Artikel 4:13

Bijzondere vergunningsvoorschriften

  1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herbeplant.

  2. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet-gedijende beplanting moet worden vervangen.

Artikel 4:14

Herplant-/instandhoudingsplicht

  1. Indien een boom waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door het college gegeven aanwijzingen binnen een gestelde termijn.

  2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet-gedijende beplanting moet worden vervangen.

  3. Indien een boom waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen en binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.

  4. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 4:

18 Afstand van de erfgrenslijn

De afstand als bedoeld in artikel 5: 42 Burgerlijk Wetboek bedraagt 0,5 meter voor zowel bomen, heggen en heesters.

Artikel 4:19

Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.

  1. In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, kan het college plaatsen aanwijzen die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg zijn gelegen, waar het verboden is de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

  2. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

  3. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;

  4. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:23 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of

  5. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.

  6. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.

  7. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale Verordening

Artikel 4:21

Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame

Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.

Artikel 4:23

Begripsbepaling

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 4:24

Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

  1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.

  2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:9 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:

    1. de bescherming van natuur en landschap;

    2. de bescherming van een dorps- of stadsgezicht.

Artikel 4:25

Aanwijzing kampeerplaatsen

  1. Het verbod van artikel 4:24, eerste lid niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

  2. Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden, genoemd in artikel 4:24, vierde lid.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Opsterland 2013