Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oosterhout BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 6. Toezicht op campings- en recreatieparken

Artikel 2.34g

Begripsbepaling

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. Camping of recreatiepark: (kampeer-)terrein dat planologisch bestemd is ten behoeve van het verschaffen van tijdelijk recreatief nachtverblijf.

  2. De exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een camping of recreatiepark exploiteert op grond van artikel 2.34h.

  3. Beheerder/leidinggevende: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke leiding uitoefent of uitoefenen.

Artikel 2.34h

Exploitatievergunning

  1. Bij het exploiteren van meer dan 25 standplaatsen is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een camping of recreatiepark te exploiteren.

  2. Dit verbod geldt niet voor een camping of recreatiepark dat al bestaat op het moment van inwerkingtreding van deze verordening.

  3. De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  4. Voor zover voor de exploitatie van de camping of het recreatiepark ook een vergunning als bedoeld in artikel 2.28a benodigd is, er sprake is van eenzelfde eigenaar en beheerder/leidinggevende, wordt één exploitatievergunning verleend.

  5. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeldt:

    1. De persoonsgegevens van de exploitant en

    2. De persoonsgegevens van de beheerder/leidinggevende.

Artikel 2.34i

Gedragseisen

De exploitant en de beheerder/leidinggevende:

  1. Staan niet onder curatele

  2. Zijn niet in enig opzicht van aantoonbaar slecht levensgedrag en

  3. Hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

Artikel 2.34j

Weigeringsgronden

  1. De burgemeester weigert de vergunning, als:

    1. De exploitant of beheerder/leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2.34i gestelde eisen.

    2. In het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur er een negatief advies is.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 en het vorige lid kan de vergunning geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, als:

    1. Naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het recreatiepark, of de openbare orde door de exploitatie van de camping of recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed.

    2. De exploitatie van de camping of het recreatiepark een onaanvaardbaar risico op ernstige verstoring van de openbare orde met zich zal meebrengen.

    3. Dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten.

Artikel 2.34k

Sluiting

  1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark als daar:

    1. Door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verbogen zijn dan wel verworven of overgedragen.

    2. Discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele geaardheid of op welke grond dan ook.

    3. Wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend.

    4. Zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de camping of recreatiepark ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.

  2. De burgemeester kan de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark als:

    1. De exploitant of beheerder/leidinggevende handelt in strijd met het bepaalde in artikel 2.34h, eerste lid, of 2.34i onder sub a en b.

    2. De exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.

    3. De exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, omgevingsplan, een bekendgemaakte ontwerpwijziging of het beoogde doel ervan.

  3. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen.

  4. De burgemeester draagt zorgt voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de inrichting of in de directe nabijheid daarvan.

  5. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht.

Artikel 2.34l

Aanwezigheid in gesloten camping of recreatiepark

  1. Het is verboden een camping of recreatiepark te betreden waarvan de sluiting is bevolen.

  2. Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de inrichting te betreden.

Artikel 2.34m

Intrekking vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt de vergunning ingetrokken als:

  1. De exploitatie van de camping of recreatiepark door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen.

  2. De exploitant of beheerder/leidinggevende niet meer voldoet aan de in artikel 2.34i onder a en b gestelde eisen.

  3. In het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur er een negatief advies is voor de exploitant of beheerder/leidinggevende.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oosterhout