Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 vervalt een vergunning, wanneer:

  1. Sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

  2. Gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

  3. De verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht geworden is.