In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.8:
De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in artikel 2.28 a geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen, dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of zal worden beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf.
De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in artikel 2.28 a voor het exploiteren van droge horeca, als niet voldaan is aan één of meer van de in artikel 2.28 c genoemde eisen.
In het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.
De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in artikel 2.28 a voor het exploiteren van natte horeca, als de leidinggevende van het horecabedrijf niet in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3 Alcoholwet.
De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in artikel 2.28 a weigeren, indien één of meer leidinggevenden van een inrichting binnen drie jaar voor de indiening van de vergunningaanvraag een horecabedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, die wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest, dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.
De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in artikel 2.28 a wanneer de inrichting niet voldoet aan de geldende Omgevingswet.