1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder exploitatievergunning van de burgemeester.

  2. De burgemeester kan voorschriften aan de vergunning verbinden.

  3. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor inrichtingen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet waarin horeca-activiteiten worden uitgeoefend, die uitsluitend zijn aan te merken als een nevenactiviteit van de hoofdactiviteit.

  4. Voor horeca-activiteiten in inrichtingen bedoeld als in het vorige lid gelden dezelfde sluitingstijden als voor de hoofdactiviteit.

  5. De vergunning als bedoeld in lid 1 wordt aangevraagd door de leidinggevende, zijnde de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd, met gebruikmaking van het daartoe beschikbare gestelde (digitale) aanvraagformulier.

  6. De burgemeester kan als hij dat nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd.

  7. Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.28 a, voor een horecabedrijf, moet in ieder geval worden voldaan aan de Omgevingswet.