1. De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde of veiligheid, een verbod opleggen aan degene die de openbare orde of veiligheid heeft verstoord om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen. Dit verbod geldt gedurende de in de bekendmaking van het verbod genoemde periode die ten hoogste twaalf weken kan bedragen.

  2. De burgemeester kan gebieden aanwijzen, waarvoor een verblijfsontzegging kan gelden, of kan overtredingen omschrijven die tot een verblijfsontzegging kunnen leiden, zoals bedoeld in artikel 13, lid 1 van de Politiewet 2012.