ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE OOSTERHOUT 2024 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen

Artikel 2.66

Begripsbepaling

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;

  2. verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of op andere wijzen overdragen van alle gebruikte en ongeregelde goederen door de handelaar.

Artikel 2.67

Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister

  1. De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht in het daartoe aangewezen digitale register aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:

    1. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;

    2. de datum van verkoop of overdracht van het goed;

    3. een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed;

    4. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;

    5. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

  2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van de in het eerste lid gestelde verplichtingen.

Artikel 2.68

Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht

De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:

  1. de burgemeester of de door deze aangewezen ambtenaar binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:

    1. dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte maakt, waarbij hij tevens schriftelijk opgave doet van zijn woonadres en van het volledige adres van elke lokaliteit welke door hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik is genomen;

    2. van een verandering van de onder 1., bedoelde adressen;

    3. wanneer hij is opgehouden met het opkopen van goederen een beroep of gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van opkoper niet langer uitoefent;

    4. indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van enig misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;

  2. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;

  3. aan de hoofdingang van elke lokaliteit waar de onderneming is gevestigd een kenteken te hebben aangebracht waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn vermeld;

  4. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.

Artikel 2.69

Vervreemding van door opkoop verkregen goederen

[vervallen]

← terug naar ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE OOSTERHOUT 2024