1. De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

    5. strijdigheid met het geldende bestemmingsplan, omgevingsplan, een bekendgemaakte ontwerpwijziging of het beoogde doel ervan

  2. In gevallen waarbij de aanvraag minder dan drie weken voor de datum van de activiteit is ingediend, en een behoorlijke behandeling van de aanvraag daardoor niet mogelijk is, kan de aanvraag of ontheffing geweigerd worden.

  3. In gevallen, waarbij de aanvrager, zijnde een organisator, bedrijfsleider, eigenaar, exploitant of leidinggevende van een vergunning of ontheffing op grond van artikel 2.25, 2.28 a, 2.72, 2.81 of 3.4, in enig opzicht van slecht levensgedrag is, kan de aanvraag worden geweigerd.

  4. De burgemeester kan voor toepassing van het vorige lid nadere regels vaststellen.