1. De aangewezen collectieve festiviteiten zijn de nacht van 31 december op 1 januari, carnavalszaterdag, -zondag, -maandag en -dinsdag, koningsnacht en de dagen van de kermis vrijdag tot en met woensdag.

  2. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.