1. De burgemeester vermeldt in een vergunning:

    1. De exploitatie;

    2. Tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;

    3. De plaats waar de inrichting zich bevindt;

    4. De situering en de oppervlakte van de inrichting;

    5. De voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden.

    6. De leidinggevenden.

  2. De vergunning of afschriften daarvan, zijn in de inrichting aanwezig.