-
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
schade toebrengt of kan toebrengen aan het aanzien van de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg;
niet tenminste 10 werkdagen voorafgaand aan het gebruik melding is gedaan aan het college op een door het college vastgesteld meldingsformulier.
-
Van belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een doorgang van 1,2 meter breed wordt vrij gelaten op voetpaden, van 3 meter breed op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer en een hoogte van 4,2 meter wordt vrij gelaten op zowel voetpaden als rijbanen.
-
Van een belemmering voor de bruikbaarheid of het aanzien van de weg is in ieder geval sprake wanneer de voorwerpen langer dan een al dan niet aaneengesloten periode van 14 dagen geplaatst worden.
-
In afwijking van het bepaalde in het derde lid, geldt voor voorwerpen in de vorm van reclame voor evenementen een termijn van twee dagen na afloop van het betreffende evenement.
-
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van de voorwerpen als bedoeld in dit artikel.
-
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
-
De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in de artikelen 5.1 resp. 5.3 en 5.4 in samenhang met 4.4, tweede lid Omgevingswet.
-
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
terrassen als bedoeld in artikel 2:28;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
vlaggen, wimpels en vlaggenstokken;
zonneschermen;
spandoeken, voor zover zij zijn aangebracht boven de weg of voor voetgangers of fietsers bestemde gedeelte van de weg, voor zolang zij feitelijk betekenis hebben en voor zover:
elk onderdeel tenminste 4,2 meter boven de weg gehangen wordt;
de spandoeken op een deugdelijke wijze worden bevestigd ter voorkoming van gevaar voor het wegverkeer;
de spandoeken gedurende maximaal zes weken aanwezig zijn;
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
uitstallingen, die tijdens openingstijden door, namens of met toestemming van de ondernemer van het bedrijfspand waardoor de uitstallingen zich bevinden, binnen maximaal 1,25m diep vanaf de bedrijfsgevel zijn geplaatst, tenzij deuren, gangen, nooduitgangen en inritten worden belemmerd en een obstakelvrije doorgang van minimaal 1,2m niet wordt gewaarborgd.
-
In afwijking van het zesde lid kan het bevoegde bestuursorgaan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in de artikelen 5.1 resp. 5.3 en 5.4 in samenhang met 4.4, tweede lid Omgevingswet.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
Op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het zesde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Algemene Plaatselijke Verordening Maasdriel 2024 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Bijzondere bepalingen over paracommerciële horeca-inrichtingen als bedoeld in de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a:
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:50b
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en gebiedsontzegging
Afdeling Huisvestingsvoorzieningen
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE VOORWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Afdeling
Artikel 2:11
(Omgevings-)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
-
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
-
Op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in het tweede lid onder b is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:12
Omgevingsvergunning voor het maken, veranderen van een uitweg
-
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
-
Het college moet de vergunning weigeren als:
door het gebruik van de uitweg het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; of
door de aanleg van de uitweg meer dan één openbare parkeermogelijkheid wordt opgeheven dan wel onbruikbaar wordt gemaakt; of
met de aanleg van de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
de aanleg van de uitweg schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;
er sprake is van een perceel bij een woning dat al door een andere uitweg wordt ontsloten of een perceel bij een bedrijf dat al door twee uitwegen wordt ontsloten.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.