1. Het college stelt nadere regels vast inzake wat wordt verstaan onder het in artikel 2:81 onder b gestelde inzake “niet in enig opzicht van slecht levensgedrag” zijn; én

  2. Met het oog op de in artikel 2:83, eerste en tweede lid genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden in deze afdeling nadere regels stellen.