1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

    1. boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter (gelijk aan 31,4 centimeter stamomtrek) op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;

    2. houtwal: lange aaneengesloten stroken of percelen van struiken en bomen;

    3. een houtopstand: een houtwal of een of meer bomen;

    4. beoordelingssysteem: objectieve criteria voor de bepaling van de waarde van een boomelement zoals opgenomen in het kapbeleid waardevolle bomen;

    5. waardevollebomenlijst: bescherming van individuele bomen of boomgroepen die vanwege de boomsoort, groeivorm, standplaats al cultuurhistorische waarde belangrijk zijn voor de kwaliteit van de gemeente. Deze bomen hebben een score van 40 punten of hoger volgens het beoordelingssysteem van de waardevollebomenlijst.

    6. boomstructuurplan: boomstructuurplan gemeente Maasdriel augustus 2009;

    7. boomstructuur: gewenste boomstructuur (hoofd-, neven- en overige structuren) volgens het boomstructuurplan;

    8. rekenmodel boomwaarde: rekenmodel voor het bepalen van de monetaire waarde van bomen op basis van de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB);

    9. boomeffect-analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen voor houtopstanden bij voorgenomen bouw-, aanleg-, of herinrichtingsprojecten, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting;

    10. nader onderzoek: onderzoek op stabiliteit en breukvastheid van de boom;

    11. VTA-systematiek: methodiek voor het visueel beoordelen van de stabiliteit en breukvastheid van bomen op basis van de door Prof. Dr. Claus Mattheck ontwikkelde Visual Tree Assessment (VTA);

    12. onafhankelijk boomspecialist: de boomspecialist die het diploma European Tree Worker of European Tree Technician heeft behaald.

  2. In deze afdeling wordt onder vellen verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, het voor de eerste keer knotten of kandelaberen, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

  3. Onder vellen wordt niet verstaan het knotten of kandelaberen van wilgen en platanen.