Algemene plaatselijke verordening Gouda 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Hoofdstuk Regulering sekswerk, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Toezicht op openbare inrichtingen

Artikel 2:8

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

afhaalcentrum of bezorgcentrum: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar anders dan om niet uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse in hoofdzaak ter plekke bereide en voor directe consumptie geschikte eetwaren en dranken plegen te worden verstrekt.

exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd.

leidinggevende: de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft in een openbare inrichting.

openbare inrichting: alle al dan niet openbaar toegankelijke lokaliteiten, open plaatsen, tuinen of gedeelten daarvan, zomede de daaraan grenzende en de daarmee in verbinding staande vertrekken, die niet uitsluitend als woning of winkel worden gebruikt, voor zover daar tegen vergoeding enigerlei eet en/ of drinkwaren of rookwaren voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, dan wel regelmatig en/of op gezette tijden amusement of ontspanning wordt geboden. Hieronder zijn in elk geval begrepen cafés, cafetaria’s, hotels, buurthuizen, restaurants, koffie- en theehuizen, waterpijpcafés (shishalounges), discotheken, bowling- c.q. kegelcentra, afhaalcentra en bezorgcentra, bioscopen, theaters, sportkantines, sociëteiten, clublokalen en verenigingsgebouwen.

Onder inrichting wordt tevens verstaan een bij de inrichting behorend terras en andere aanhorigheden. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting niet verstaan: een seksbedrijf als bedoeld in hoofdstuk 3.

terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid en/of verstrekt.

Artikel 2:9

Exploitatievergunning

  1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:

    1. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

    2. zorginstelling;

    3. museum; of

    4. bedrijfskantine of -restaurant.

  3. De burgemeester weigert de vergunning als

    1. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan;

    2. de exploitant of de leidinggevenden de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;

    3. de exploitant en de leidinggevenden geen verklaring omtrent gedrag overleggen die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven, tenzij de exploitant tegelijk met of binnen twee weken voorafgaand of na indiening van de aanvraag om een exploitatievergunning een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet ten behoeve van de openbare inrichting heeft aangevraagd;

    4. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    5. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de vergunning vermelde in overeenstemming zal zijn.

  4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:

    1. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    2. de exploitant of een leidinggevende binnen vijf jaar voor de datum van indiening van de vergunningaanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd die wegens het in ernstige mate nadelig beïnvloeden van de woon- en leefsituatie in de omgeving en/of de openbare orde of de vrees daarvoor gesloten is geweest;

    3. de exploitant of een leidinggevende binnen vijf jaar voor de datum van indiening van de vergunningaanvraag onmiddellijke leiding heeft gegeven aan een openbare inrichting die wegens het in ernstige mate nadelig beïnvloeden van de woon- en leefsituatie in de omgeving en/of de openbare orde of de vrees daarvoor gesloten is geweest; of

    4. voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is geweigerd.

  5. Bij de toepassing van de in het vierde lid onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.

  6. De burgemeester vermeldt de leidinggevenden in een aanhangsel bij de vergunning.

  7. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven dan wel te laten uitschrijven. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. De burgemeester bevestigt onverwijld de ontvangst van de aanvraag.

  8. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel als de persoon, bedoeld in het zesde lid, niet voldoet aan de in de verordening gestelde eisen.

  9. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift of een vergunning een of meer terrassen bij de openbare inrichting toestaan.

  10. Onverminderd het bepaalde in het vierde lid kan de burgemeester het in het negende lid bedoelde vergunningsvoorschrift of vergunning ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting behorende terrassen weigeren:

    1. als het beoogde gebruik als terras schade toebrengt aan de openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of het doelmatig en veilig gebruik daarvan

    2. als het beoogde gebruik als terras een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;

    3. in het belang van bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving.

  11. Het negende en tiende lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, de Wet milieubeheer, de Woningwet of de Afvalstoffenverordening Gouda 2011

  12. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 trekt de burgemeester de vergunning als bedoeld in het eerste lid in, indien:

    1. niet langer wordt voldaan aan de in het derde en vierde lid gestelde eisen;

    2. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

    3. een niet daarin vermeld persoon leidinggevende is geworden in de betrokken openbare inrichting;

    4. zich in de betrokken openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;

    5. voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is ingetrokken;

    6. bij de aanvraag van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, en verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid.

  13. De vergunning(en) en het daarbij behorende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag en de ontvangstbevestiging als bedoeld in het zevende lid, zijn in de inrichting aanwezig.

Artikel 2:10

Sluitingstijden

  1. Het is verboden een inrichting voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 00.00 uur en 06.00 uur.

  2. Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is:

    1. een leidinggevende die vermeld staat op (het in artikel 2:9, zesde lid bedoelde aanhangsel bij) de exploitatievergunning met betrekking tot die inrichting, of

    2. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:9, zevende lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.

  3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid gelden voor een inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, waarin de inrichting een nevenactiviteit van de winkelactiviteit is, en een daarbij behorend terras dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

  4. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift of een ontheffing andere sluitingstijden als bedoeld in het eerste lid voor een afzonderlijke inrichting of een daartoe behorend terras vaststellen.

  5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de ontheffing of het vergunningsvoorschrift, als bedoeld in het vierde lid, geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

  6. Bij de toepassing van de weigeringsgrond als bedoeld in het vijfde lid, houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.

  7. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

Artikel 2:11

Afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:10 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Opiumwet.

Artikel 2:12

Verboden gedragingen

Het is verboden in een openbare inrichting:

  1. de orde te verstoren;

  2. zich te bevinden na sluitingstijd van de openbare inrichting, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de openbare inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:11, eerste lid;

  3. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras;

  4. voor leden van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde, om in een openbare inrichting een bijeenkomst te houden;

Artikel 2:13

Handel binnen openbare inrichtingen

De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Artikel 2:13a

Drinkgerei van glas, glazen flessen en blik

  1. De exploitant is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van de inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten de inrichting brengen.

  2. Het is verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode, drinkgerei van glas of blik en/of geopende dan wel ongeopende verpakkingen van glas of blik, die kennelijk bestemd zijn voor het bewaren van drank, bij zich te hebben of met zich mee te voeren.

  3. Het bepaalde in het tweede lid geldt eveneens voor een terras dat behoort bij een inrichting, alsmede glaswerk en/of blik bij een buitenbar.

  4. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor de plaats, niet zijnde een inrichting, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

  5. Het is verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode in een horeca inrichting drank in glas of blik te verstrekken.

Artikel 2:14

Het college als bevoegd bestuursorgaan

Als een inrichting als bedoeld in artikel 2:8 geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college op bij de toepassing van de artikelen 2:9 tot en met 2:13.

Artikel 2:15

Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen

  1. De burgemeester kan, als de openbare orde dit naar zijn oordeel vereist de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw, niet zijnde een inrichting als bedoeld in artikel 2:8 of artikel 3:2, of een bij dat gebouw behorend erf.

  2. De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van zijn bevel op of nabij de (hoofd)toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat bebouw behorende erf. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht.

  3. Een ieder is verplicht toe te laten dat afschrift, als bedoeld in het tweede lid, wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

  4. Het is de rechthebbende op en de beheerder van een gebouw of erf als bedoeld in het eerste lid, verboden daarin bezoekers toe te laten of daarin te laten verblijven, zonder toestemming van de burgemeester, zolang de sluiting van kracht is.

  5. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten gebouw of erf te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven zonder toestemming van de burgemeester.

  6. Onder bezoekers worden voor de toepassing van het vierde en vijfde lid niet verstaan de personen wier tegenwoordigheid in het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf wegens dringende omstandigheden vereist wordt.

  7. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen.

Artikel 2:16

Sluiting gebouw, inrichting of ruimte

  1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2:11 en 2:15 kan de burgemeester ter bescherming van de openbare orde dan wel van het woon- en leefklimaat, de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar:

    1. zich gedragingen hebben voorgedaan zoals omschreven in artikel 1 en/of 36 van de Wet op de kansspelen;

    2. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen;

    3. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; of

    4. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde dan wel het woon- en leefklimaat.

  2. Artikel 2:15, tweede tot en met zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing als de burgemeester krachtens artikel 2:16, eerste lid heeft besloten tot sluiting van een gebouw, inrichting of ruimte.

  3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing als de burgemeester krachtens artikel 174a van de Gemeentewet of artikel 13b van de Opiumwet heeft besloten tot sluiting van een woning, een lokaal of een bij de woning of dat lokaal behorend erf.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Gouda 2025