1. Het is verboden een inrichting voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 00.00 uur en 06.00 uur.

  2. Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is:

    1. een leidinggevende die vermeld staat op (het in artikel 2:9, zesde lid bedoelde aanhangsel bij) de exploitatievergunning met betrekking tot die inrichting, of

    2. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:9, zevende lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.

  3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid gelden voor een inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, waarin de inrichting een nevenactiviteit van de winkelactiviteit is, en een daarbij behorend terras dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

  4. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift of een ontheffing andere sluitingstijden als bedoeld in het eerste lid voor een afzonderlijke inrichting of een daartoe behorend terras vaststellen.

  5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de ontheffing of het vergunningsvoorschrift, als bedoeld in het vierde lid, geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

  6. Bij de toepassing van de weigeringsgrond als bedoeld in het vijfde lid, houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.

  7. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.