1. De aangifteplichtige is verplicht het dode gezelschapsdier uiterlijk op de eerste werkdag, die volgt op de dag waarop het is gestorven, te vervoeren naar een aangewezen verzamelplaats en het daar aan te geven en af te staan of het dode gezelschapsdier over te dragen aan de onderneming.

  2. Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige verplicht het dode gezelschapsdier zodanig te bewaren dat vermenging met ander destructiemateriaal wordt voorkomen.