1. Het college stelt een lijst vast waarop vermeld staan: seksinrichtingen waarin vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden, seksbioscopen, seksautomatenhallen en sekswinkels die, voor zover bij het college bekend, op 1 januari 2008 werden geëxploiteerd.

  2. Op het exploiteren van: een bestaande seksinrichting waarin vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden, van een bestaande seksautomatenhal of van een bestaande seksbioscoop is het gestelde in artikel 3.2.1, eerste lid, niet van toepassing:

    1. gedurende 12 weken na het in werking treden daarvan;

    2. na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de exploitant binnen deze termijn een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, heeft ingediend, totdat op die aanvraag door de burgemeester een besluit is genomen.

  3. Gedurende de periode genoemd in het tweede lid, kan de burgemeester met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, bedoelde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van in die aanschrijving vermelde voorzieningen.

  4. De weigeringsgrond genoemd in artikel 3.3.2, eerste lid, onder b geldt niet voor de seksbioscoop of de seksautomatenhal die voorkomt op de lijst als genoemd in het eerste lid, indien en voor zover de perso(o)n(en) die deze seksinrichting exploiteerde(n) op 1 januari 2008, de exploitatie daarvan sindsdien onafgebroken heeft of hebben voortgezet en de bruto vloeroppervlakte van deze seksinrichting sindsdien ongewijzigd is gebleven. Deze bepaling is niet van toepassing indien ná 1 januari 2008 tevens een andere persoon of andere personen de exploitatie van een in dit lid bedoelde seksinrichting op zich heeft c.q. hebben genomen.