1. De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel te geven zich gedurende ten hoogste 96 uren niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op te houden.

  2. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste lid gegeven bevel, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt.

  3. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.