1. In een vergunning worden vermeld:

    1. de natuurlijke of rechtspersoon of -personen aan wie de vergunning is verleend;

    2. de leidinggevenden;

    3. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;

    4. de plaats waar de inrichting zich bevindt;

    5. de situering en de oppervlakten van de lokaliteiten.

  2. De vergunning of een afschrift daarvan is in de inrichting aanwezig.

  3. De vergunning wordt verleend voor een periode van 3 jaar, en kan door een uiterlijk 13 weken voor afloop van die periode ingediende aanvraag worden verlengd met telkens een periode van 3 jaar.

  4. Indien een inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden. De burgemeester verstrekt, indien nog aan de ten aanzien van de inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning, waarin de ingevolge artikel 2:92 vereiste omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie.