1. Overtreding door een natuurlijke persoon of rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde of de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden beboet met een bestuurlijke boete:

    2:15, 2:16, 2:19, 2:23.1, 2:23.2, 2:25, 2:25a, 2:26, 2:26aa, 2:26b, 2:26c, 2:26d, 2:29, 2:31, 2:32, 2:33, 2:39.2, 2:39.7, 2:39.8, 2:41, 2:42, 2:43, 2:45, 2:47, 2:48 lid 2, 2:49, 2:50, 2:50a, 2:51, 2:52, 2:52a, 2:56a, 2:59, 2:62, 2:74a voor zover het betreft cannabis- en lachgasgebruik, 2:74b, 2:86, 2:93, 2:99, 2:100, 2:101, 2:102;

    3:2.1, 3:2.6 voor zover het betreft straatprostitutie, 3:2.7, 3:2.8;

    4:8;

    5:13, 5:26, 5:27, 5:28, 5:29, 5:31, en 5:38.

  2. Bij overtreding door een natuurlijke persoon van de artikelen als genoemd in lid 1, is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat in de bijlage is vermeld bij het desbetreffende artikel(lid).

  3. Bij overtreding door een rechtspersoon van de artikelen als genoemd in lid 1, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die geldt voor een natuurlijke persoon vermenigvuldigd met de factor vijf.

  4. Indien het boetebedrag bedoeld in het derde lid, hoger is dan het wettelijk maximum boetebedrag bedoeld in artikel 154b, zesde lid, van de Gemeentewet, geldt het wettelijk maximum boetebedrag.