[Gereserveerd]
Algemene plaatselijke verordening Dordrecht BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiding van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op openbare plaatsen
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Speelautomatenhallen en kansspelautomaten
- Artikel 2:39
- Artikel 2:39 A Begripsomschrijvingen
- Artikel 2:39 D Vergunningplicht voor exploitatie speelautomatenhallen
- Artikel 2:39 E Aanvraag exploitatievergunning
- Artikel 2:39 F Beslistermijn op aanvraag exploitatievergunning speelautomatenhal
- Artikel 2:39 G Weigeringsgronden exploitatievergunning speelautomatenhal
- Artikel 2:39 H Intrekkings-, wijzigings- en schorsingsgronden exploitatieve~0c53079eb6b5
- Artikel 2:39 I Verval- en beëindigingsgronden exploitatievergunning speelautomatenhal
- Artikel 2:39 J Aanhangsel exploitatievergunning speelautomatenhal
- Artikel 2:39 K Inrichtingseisen speelautomatenhal
- Artikel 2:39 L Productdifferentiatie bij een speelautomatenhal
- Artikel M Toezicht in de speelautomatenhal
- Artikel 2:40
- Artikel 2:40 A Maximum aantal
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
- Artikel 2:41
- Artikel 2:41 A
- Artikel 2:41 B
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59A Gevaarlijke honden op eigen terrein
- Artikel 2:60
- Artikel 2:60 A
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, verblijfsontzegging, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling Binnentreden woningen in verband met noodverordening burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
AFDELING 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Afdeling UITOEFENEN SEKSBEDRIJF
Afdeling Overgangsbepaling
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:14
Winkelwagentjes
De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen.
Het eerste lid is niet van toepassing op toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Het is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf als bedoeld in het eerste lid of, indien het bedrijf gelegen is in een winkelcentrum, buiten de onmiddellijke omgeving van dat winkelcentrum. Als onmiddellijke omgeving van het bedrijf of winkelcentrum wordt aangemerkt de weg of het weggedeelte, grenzende aan dat bedrijf of dat winkelcomplex en tevens een aan die weg of dat weggedeelte aansluitende parkeerplaats.
Het is verboden een winkelwagentje onbeheerd achter te laten anders dan op een daartoe door het betreffende bedrijf aangewezen plaats.
Artikel 2:15
Hinderlijke beplanting of voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:16
Openen straatkolken en dergelijke
Het is aan degene, die daartoe niet bevoegd is, verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting, die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:17
[Gereserveerd]
Artikel 2:18
Rookverbod in parken, bossen en natuurgebieden
Het is verboden te roken in parken, bossen en natuurgebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.
Het is verboden in parken, bossen en natuurgebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
Het in het eerste en in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor zover het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien in artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als tuin ingerichte, erven.
Artikel 2:19
Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg.
Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:20
[Gereserveerd]
Artikel 2:21
Aanbrenging, verwijdering e.d. van voorzieningen voor verkeer en verlichting
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een bord of andere voorziening ten behoeve van het openbaar verkeer, de openbare verlichting of de openbare brandbestrijding aan te brengen, te verwijderen, te wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te beletten of te belemmeren.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:21 A
Gedoogplicht vloedschotten, aanduidingen en dergelijke
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college aanwijsplaten voor brandkranen, vloedschotten en voorzieningen en aansluitingen voor het plaatsen van vloedschotten, straatnaamborden, daarbij behorende onderschriften daaronder begrepen, huisnummers en wijkaanduidingen of andere voorwerpen ten behoeve van o.a. het openbaar verkeer, de openbare verlichting, de gas-, water of elektriciteitsleiding of enig ander openbaar belang worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
Het college geeft te voren schriftelijk kennis aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid van hun voornemen over te gaan tot het treffen van voorzieningen als in dat lid bedoeld.
Artikel 2:21 B
Verwijdering vloedschotten en aanduidingen
Het is verboden vloedschotten, en enige aanduiding of voorziening als bedoeld in artikel 2:21 A eerste lid, te verwijderen , wijzigen, beschadigen, verplaatsen of onleesbaar te maken.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor de rechthebbende op een bouwwerk die met in achtneming van het door het college vastgestelde huisnummer de aanduiding hiervan in afwijkende vorm wenst aan te leggen.Het college kan ter zake nadere regels bepalen.
Artikel 2:22
Objecten onder hoogspanningslijn
Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:23
[Gereserveerd]