1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

  2. Van het bepaalde in het eerste lid wordt uitgezonderd de overtreding van het bepaalde in de artikelen 2:10 A eerste lid, 2:11, eerste lid onder a, 2:12 en 4:9 A eerste lid, 4:11 en 5:37 A.

  3. Overtreding van het bepaalde in de artikelen 4:9 A eerste lid en 5:37 A wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.