1. Het is de houder van een inrichting toegestaan maximaal vijf incidentele festiviteiten geluid (“geluidjes") per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in artikel 22.63 van het omgevingsplan en artikel 4:5 van deze verordening met 20 dB worden verhoogd, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de incidentele festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de houder van een inrichting gelegen in een horecaconcentratiegebied toegestaan maximaal zeven incidentele festiviteiten geluid (“geluidjes") per kalenderjaar te houden als omschreven in lid 1.

  3. De verhoging van de geluidnorm als opgenomen in lid 1 is toegestaan tot één uur vóór de reguliere sluitingstijd als omschreven in artikel 2:29 lid 1.

  4. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 4 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  5. Het college stelt een formulier beschikbaar voor het doen van een kennisgeving.

  6. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer dit formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

  7. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

  8. Indien de houdervan de inrichting ruimere geluidvoorschriften nodig acht voor een incidentele festiviteit kan hij het college verzoeken de normen uit het eerste lid te verhogen. Het college kan hieraan medewerking verlenen waarbij om advies aan de Milieudienst Zuid-Holland Zuid advies wordt gevraagd. Het verzoek dient ten minste 6 weken voor de datum van de festiviteit te worden gedaan.

  9. De burgemeester kan binnen 7 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het houden van incidentele festiviteiten als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  10. Ten minste vijf werkdagen voor de aanvang van de incidentele festiviteit geluid, zoals bedoeld in lid 1 en 2, stelt de exploitant van de inrichting omwonenden binnen een straal van 50 meter van de inrichting in kennis van de incidentele festiviteit.