1. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de exploitatievergunning de leidinggevende(n).

  2. De exploitatievergunning en het daarvan onderdeel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de melding en de ontvangstbevestiging, bedoeld in het vierde en vijfde lid, zijn in de speelautomatenhal aanwezig.

  3. Een exploitant meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven.

  4. De melding, als bedoeld in het derde lid van dit artikel, geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.

  5. De burgemeester bevestigt onverwijld de ontvangst van de aanvraag.

  6. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel indien de persoon bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 2:39G en artikel 3:5 van deze verordening gestelde eisen.