Het is de exploitant verboden de inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 00.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur.
Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing tijdens de nacht van 31 december op 1 januari, de nacht voor Koningsdag en gedurende het evenement Big Rivers carnaval vanaf de nacht van vrijdag op zaterdag tot en met de nacht van maandag op dinsdag.
In afwijking van het in het eerste en tweede lid bepaalde, gelden voor een inrichting als bedoeld in artikel 2:28, tweede lid, dezelfde sluitingstijden als voor de winkel waarin de inrichting zich bevindt.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid bepaalde:
voor de exploitatie van een individuele inrichting gelegen in het gebied dat wordt begrensd door de Oude Maas, de Kalkhaven, de Spuihaven, de Riedijkshaven en de Beneden Merwede en waarvoor de exploitant beschikt over een door de politie goedgekeurd veiligheidsplan;
voor de exploitatie van een multi-uitgaanscentrum of mega-discotheek buiten het gebied aangeduid onder a en waarvoor de exploitant beschikt over een door de politie goedgekeurd veiligheidsplan;
voor de exploitatie van een individuele inrichting die onderdeel uitmaakt van multi-uitgaanscentrum of mega-discotheek buiten het gebied aangeduid onder a en waarvoor de exploitant van de individuele inrichting beschikt over een door de politie goedgekeurd veiligheidsplan;
tot uiterlijk 03.00 uur voor de exploitatie van een individuele inrichting gelegen buiten het gebied dat wordt begrensd door de Oude Maas, de Kalkhaven, de Spuihaven, de Riedijkshaven en de Beneden Merwede – zelf niet zijnde een inrichting als bedoeld onder b en c ‑ en waarvoor de exploitant beschikt over een door de politie goedgekeurd veiligheidsplan;
tot uiterlijk 03.00 uur voor een individuele inrichting ten behoeve van een incidentele festiviteit met verlate sluitingstijd, met een maximum van vijf ontheffingen (“verlaatjes”) per jaar;
tot uiterlijk 03.00 uur voor een individuele inrichting gelegen in een horecaconcentratiegebied, ten behoeve van een incidentele festiviteit met verlate sluitingstijd, met een maximum van zeven ontheffingen (“verlaatjes”) per jaar, onverminderd het bepaalde in onderdeel e.
met dien verstande dat een dergelijke ontheffing geen betrekking heeft op een terras en andere aanhorigheden.
Een ontheffing als bedoeld in het vorige lid vervalt van rechtswege zodra de op de inrichting betrekking hebbende exploitatievergunning, als bedoeld in artikel 2:28 lid 1
door de burgemeester wordt ingetrokken of
van rechtswege vervalt, als bedoeld in artikel 2:28 E lid 1.
De burgemeester verleent geen ontheffing voor een exploitatie van een inrichting als bedoeld in het vierde lid sub a, b, c, d, e en f indien er sprake is van de exploitatie van club- en/of buurthuis, kantine van een sportvereniging of een andere eet- of drinkgelegenheid, welke onderdeel vormt van een paracommerciële rechtspersoon.
Het bepaalde in artikel 2:28 D, leden 1, 2 en 3 en het bepaalde in artikel 2:28 F is van overeenkomstige toepassing op een ontheffing.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer inrichtingen en/of daartoe horende terrassen andere dan de krachtens lid 1 en 2 geldende sluitingstijden vaststellen.
Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de ontheffing om dwingende redenen van algemeen belang, zoals de openbare orde.