1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:

    1. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;

    2. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;

    3. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit Geluidhinder, zoals die wet en dat Besluit geluidhinder direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet luidden; [red.opmerking: dit lid treedt in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet]

    4. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.

    5. Tabel

  1. Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. [red.opmerking: dit lid treedt in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet]

  2. Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het bespelen van een carillon, gedurende de dagperiode vanaf 08.00 uur tot 19.00 uur en avondperiode vanaf 19.00 uur tot 21.00 uur, uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. [red.opmerking: dit lid treedt in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet]

  3. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:

    1. het luiden van kerkklokken:

    2. het gebruik van kerkklokken ten behoeve van de tijdsaanduiding via een automatisch (carillon)spel gedurende de dag (07.00–19.00 uur) en avondperiode (19.00–23.00 uur

      • ter oproeping van gebed,

      • op Koningsdag,

      • op 4 mei,

      • op 5 mei,

      • in de avondperiode (19.00–23.00 uur) op donderdagen in de maanden juli, augustus en september,

      • in de nachtperiode (23.00–07.00 uur) van 31 december op 1 januari ter uitluiding van het oude jaar en het inluiden van het nieuwe jaar, voor maximaal 10 minuten;

  4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing, maar het Besluit [red.opmerking: dit lid treedt in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet]

  5. Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van deze verordening van toepassing is.