1. Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend.

  2. Het bevoegd bestuursorgaan verleent in totaal tien vergunningen zoals bedoeld in artikel 3:3 lid 1.

  3. Het bevoegde bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het totaal aantal werkruimtes waarvoor vergunning kan worden verleend. Hierbij kan worden bepaald dat een maximum slechts geldt voor seksbedrijven van een daarbij aangewezen aard of in daarbij aangewezen delen van de gemeente.