In deze afdeling wordt verstaan onder:
inrichting:
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, niet zijnde een seksinrichting als bedoeld in artikel 3:1, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was dranken, rookwaren of spijzen voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, zoals in ieder geval een restaurant, café, cafetaria, snackbar, coffeeshop, discotheek, buurthuis, kantine of clubhuis, alsmede een hierbij behorend terras en andere aanhorigheden, tenzij deze expliciet zijn uitgezonderd;
een afhaalcoffeeshop, alsmede een afhaal- en/of bezorgrestaurant waaronder wordt verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was in hoofdzaak ter plekke bereide en voor directe consumptie geschikte spijzen en/of dranken worden verstrekt uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse.
terras: een buiten de besloten ruimte liggend deel van de inrichting waar bedrijfsmatig of anders dan om niet dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse kunnen worden verstrekt.
barvrijwilliger: de natuurlijke persoon, als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Alcoholwet.
exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de inrichting wordt gedreven.
leidinggevende:
de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een inrichting;
de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft in een inrichting.
paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon, als bedoeld in artikel 1 eerste lid Alcoholwet.
handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
horecaconcentratiegebied: gebied als aangeduid in bijlage 1.
Incidentele festiviteit: een festiviteit die gebonden is aan een individuele inrichting.