In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. boom: een houtig opgaand gewas met een omtrek van de stam van minimaal 65 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.

  2. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, onderdeel uitmakend een boomstructuur.

  3. beschermde houtopstand: een houtopstand die is vastgelegd op een door het college vastgestelde lijst.

  4. vellen: rooien; kappen; verplanten; het voor de eerste keer knotten, terugzetten of kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de boom ten gevolge kunnen hebben.

  5. boomwaarde: de monetaire waarde van een boom wordt bepaald door een VRT bomentaxateur aangesloten bij het Verenigd Register Taxateurs;

  6. bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom.