De burgemeester kan de vergunning intrekken:

  1. indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

  2. indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2:40e, eerste lid, onder e;

  3. indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;

  4. indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden is of wordt onderbroken.