Het is verboden zonder of in afwijking van een (omgevings)vergunning (van het bevoegde bestuursorgaan) een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken (werkzaamheden) worden verricht.
Het college kan nadere regels stellen omtrent het aanleggen, beschadigen en/of veranderen van een weg.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet, of de gemeentelijke verordening kabels en leidingen.
Het is verboden een uitrit te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitrit naar de weg indien:
degene die voornemens is een uitrit te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitrit naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitrit en een foto van de bestaande situatie; of
het college het maken of veranderen van de uitrit heeft verboden.
Het college kan het maken of veranderen van de uitrit verbieden indien:
daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; of
dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; of
het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
er sprake is van een uitrit van een perceel dat al door een andere uitrit wordt ontsloten; of
er te veel inbreuk wordt gemaakt op het uiterlijk aanzien van de omgeving.
Het college kan nadere regels stellen omtrent het maken en/of veranderen van een uitrit.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.