1. De burgemeester kan van het verbod, zoals bedoeld in artikel 2:34b, sub a aan dorps-, wijkcentra en MFC een ontheffing verlenen, indien:

    1. er binnen de bebouwde kom van de plaats, waarbinnen de paracommerciële rechtspersoon gevestigd is, géén commercieel horecabedrijf aanwezig is;

    2. er binnen de bebouwde kom van de plaats, waarbinnen de paracommerciële rechtspersoon gevestigd is, wél een commercieel horecabedrijf aanwezig is, met een maximum aantal bijeenkomsten van 12 maal per jaar;

    3. er binnen de bebouwde kom van de plaats waarbinnen de paracommerciële rechtspersoon gevestigd is, wel een commercieel horecabedrijf aanwezig is, maar er verregaande vrijwillige samenwerking tussen een paracommerciële inrichting en een commerciële inrichting plaatsvindt, dan wel er sprake is van toestemming van alle commerciële horecabedrijven binnen de bebouwde kom, voor zolang deze situatie ongewijzigd blijft.

  2. De ontheffing kan door de burgemeester worden geweigerd in het belang van:

    1. openbare orde;

    2. openbare veiligheid;

    3. oneerlijke concurrentie.

  3. Het is niet toegestaan om reclame te maken voor bijeenkomsten van persoonlijke aard.