1. De burgemeester stelt een formulier vast voor het doen van de in artikel 2:34c, lid 2, 4 en 5 bedoelde kennisgeving.

  2. De in artikel 2:34c, lid 2, 4 en 5 bedoelde kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

  3. De kennisgeving als bedoeld in artikel 2:34c, lid 2, 4 en 5 wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer de burgemeester op verzoek van een in artikel 2:34c genoemde paracommerciële rechtspersoon direct toe staat om gebruik te maken van de afwijkende schenktijden genomen in artikel 2:34c, lid 2, 4 en 5 mits deze vallen binnen het aantal genoemde dagen.