Bouwwerk: de definitie is (gedeeltelijk) ontleend aan bijlage A van de Omgevingswet.

Gebouw: de definitie is (gedeeltelijk) ontleend aan de Woningwet en moet in samenhang met de definitie van bouwwerk worden gelezen.

Horecabedrijf: Onder de reikwijdte van het begrip horecabedrijf onder a vallen een hotel, restaurant, café, cafetaria, snackbar, discotheek, koffiehuis en aanverwante inrichtingen zoals een afhaalrestaurant, automatiek, ijssalon, ontmoetingscentrum, buurthuis, zalenverhuurbedrijf, kiosk, bistro, crêperie, croissanterie, sociëteit, verenigingsgebouw en sportkantine. Deze opsomming zal nooit volledig zijn aangezien geregeld nieuwe horecaconcepten worden bedacht: cruciaal is dat het gaat om het bedrijfsmatig of in een mate alsof het bedrijfsmatig is dranken worden geschonken en spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt in een voor publiek toegankelijke besloten ruimte.

Ook gevelverkoop valt onder het horecabegrip. Dit was voorafgaand aan de inwerkingtreding van de horecaregeling als onderdeel van het omgevingsplan niet het geval. Naast eten en drinken zijn ook zaken die shisha, waterpijptabak en andere genotsmiddelen aanbieden voor consumptie ter plaatse aangemerkt als horecabedrijf.

Openbaar water: de definitie is ontleend aan de Verordening op de Haven en het Binnenwater. De term “openbaar” heeft geen bijzondere juridische betekenis. Het gaat om water dat feitelijk voor het publiek toegankelijk is.

Rechthebbende: het eerste deel van de definitie knoopt aan bij het begrip zoals dat in het privaatrecht wordt gehanteerd. Het gaat om een ruime omschrijving. Zo is bijvoorbeeld niet alleen de eigenaar, maar ook de huurder van een pand rechthebbende. Daarnaast is ook de persoon die de feitelijke macht uitoefent over een zaak onder de definitie van rechthebbende gebracht.

Reclame: reclame is in het algemeen iedere vorm van aanprijzing van een dienst, activiteit, een goed of een naam. Vanwege de toevoeging “commercieel belang” valt het openbaren van gedachten en gevoelens in de zin van artikel 7 van de Grondwet niet onder deze definitie.

Vaartuig: de definitie is ontleend aan de omschrijving van schip uit de Verordening op de Haven en het Binnenwater.

Voertuig: de definitie is (deels) ontleend aan het Reglement verkeersregels en verkeerstekens en bestaat feitelijk uit een opsomming van mogelijke voertuigen.

Weg: deze definitie geeft een ruime omschrijving van wat onder weg moet worden verstaan. In aanvulling op wat de Wegenverkeerswet 1994 onder de weg verstaat (namelijk de feitelijk voor het openbaar verkeer openstaande wegen met toebehoren) verstaan we in de APV ook voor publiek toegankelijke parkeerterreinen en diverse andere plaatsen buiten en in gebouwen die tot de openbare ruimte behoren onder de weg. Wanneer deze zijn afgesloten behoren ze niet tot de openbare ruimte, de APV bepalingen zijn dus niet van toepassing tijdens die tijden. Beperkingen aan de toegankelijkheid anders dan een rechtmatige afsluiting maken echter niet dat geen sprake meer is van openbare ruimte. De APV blijft dan ook van toepassing.

In een aantal APV-bepalingen wordt de term “op of aan de weg gebruikt”. Als dat het geval is geldt de betreffende bepaling ook op plaatsen die strikt genomen geen weg zijn zoals gedefinieerd in artikel 1.1, maar zich wel in de nabijheid daarvan bevinden. Een bepaling kan dan ook gelden op een privé-terrein, omdat er een duidelijke relatie is met of een uitstraling naar de weg.